fbpx

Stichting TIJD

  • Vrijwilligers Willem en Harry

    Vrijwilligers Willem en Harry in de Le Roy tuin

  • Le Roy tuin 50 jaar: 1966 - 2016

    Le Roy tuin 50 jaar: 1966 - 2016

  • Ecokathedraal Mildam

    De Ecokathedraal in Mildam

  • Ecokathedraal Mildam

    De Ecokathedraal in Mildam

Joke Hermsen Le Roy lezingHeeft u deze zomervakantie voldoende rust gevonden om een tijdschrift, krant of boek echt te lezen, in plaats van de inhoud vluchtig te ‘scannen’ en gejaagd van kop naar kop te snellen? Heeft u tijd gevonden om te mijmeren, te mediteren of doelloos wat voor u uit te staren? Heeft u aandacht kunnen op brengen voor vragen van meer existentieele aard? Heeft u ook eens niets durven doen?

Het antwoord zal uiteraard afhankelijk zijn van uw persoonlijke woon- en werksituatie, maar vooral ook van uw ervaring van tijd. Er is namelijk iets merkwaardigs aan de hand met onze ervaring van tijd. Hoe meer tijdbesparende machines we ontwikkeld hebben, hoe minder tijd we denken te hebben. Tijd is het schaarste-produkt bij uitstek geworden.

De 21e eeuwse Westerse mens wordt door een permanent tijdgebrek op de hielen gezeten, en dat maakt hem rusteloos, opgejaagd, gefrustreerd, eenzaam en ziek. Het valt niet mee een heldere conclusie te trekken uit alle rapporten en onderzoeken die de afgelopen jaren over tijdsdruk en stress verschenen zijn. Maar als we alle cijfers middelen, doemt er een schrikbarend beeld op: de helft van de Nederlandse werknemers is ziek vanwege tijdsdruk en oververmoeidheid. Volgens het Sociaal Cultureel Planbureau is zelfs tweederde van het aantal ziekmeldingen direct of indirect het gevolg van tijdsdruk en volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek schrijft zo’n 40% van de werknemers het arbeidsverzuim toe aan stress. Volgens het grootschalige, Europese onderzoek (2009) van Prof. Mercer noemt maar liefst 70% van de Nederlandse respondenten tijdsdruk en stress als de belangrijkste oorzaken van arbeidsongeschiktheid.
Dit komt niet alleen vanwege de vele fusies, reorganisaties en bezuinigingsronden, waardoor hetzelfde werk in minder uren en met minder mensen gedaan moet worden. Het komt ook door het toenemend gebruik van communcatietechnologie. Zo moet een manager tegenwoordig dagelijks tien keer zovel informatie doornemen als tien jaar geleden. Maar de stress heeft niet alleen met de werksituatie te maken.

Kenmerkend voor de moderne samenleving en onze ervaring van tijd is dat de tijd steeds meer van buitenaf wordt gereguleerd en dat de persoonlijke levenssfeer zich volledig naar deze van buitenaf opgelegde tijd gevoegd heeft. Daar komt bij dat de kapitalistische ideologie ons voortdurend tot acceleratie aanspoort. Elk jaar een nieuwe mobiele telefoon, I-pad of computer. De socioloog Anton Zijderveld heeft hieraan de naam ‘staccatocultuur’ gegeven. We willen steeds meer, we willen steeds iets anders en we willen dat steeds sneller. Het is niet overdreven te stellen dat de economie de tijd regeert en daarmee ook ieders persoonlijke tijdservaring. De vraag is echter welke ervaring daardoor naar de achtergrond wordt gedrongen en wat dat met ons en met de samenleving doet.  
Wie voor een antwoord op deze vraag te rade gaat bij de vele toekomstscenario’s die in opdracht van westerse regeringen en bedrijven rond de millenniumwisseling geschreven zijn, krijgt niet bepaald een vrolijk beeld van wat ons in West-Europa de komende vijftig jaar te wachten staat. De verwachting is dat de tweedeling in de samenleving zich zal verdiepen, dat de dreiging van terreur zal toenemen en dat de gevolgen van de klimaatverandering steeds drastischer zullen zijn. In de historische centra van de steden en de fraaie buitengebieden wonen de rijkere en hoog opgeleide burgers, die, indien niet gevloerd door stress of burn-out, zich een slag in de rondte werken. Onder de bevolking heerst een groeiende onrust en onzekerheid, omdat de samenleving steeds ingewikkelder wordt en de technologische veranderingen elkaar in steeds hoger tempo opvolgen. De algemene ervaring die ons te wachten staat en eigenlijk nu al om zich heen grijpt, is kortom dat de tijd dringt. Aan de ene kant moeten we snel handelen, willen we de gevolgen van de klimaatveranderingen binnen de perken houden. Aan de andere kant neemt de dwang om meer te produceren en sneller te innoveren teneinde de economie weer vlot te trekken, alleen maar toe.
Grondtrek van al deze toekomstscenario’s is acceleratie: tijd- en produktieversnelling. Steeds meer overheerst het gevoel dat de tijd op hol is geslagen of dat de tijd niet meer bij te benen is. Omdat de veranderingen zo snel gaan en weinigen zich nog in staat achten zich aan die veranderingen aan te passen, krijgen we het gevoel achter de feiten aan te lopen en vervolgens het gevoel uitgerangeerd te zijn. Hijgend lopen we als het ware achter de tijd aan, want er is nauwelijks tijd om zich de vele veranderingen toe te eigenen. Juist deze door de tijd voortgedreven mens doet zich daardoor voor als een tijdloze mens, dat wil zeggen als een mens die niet meer kan verwijlen bij de tijd. Want we willen wel onthaasten, rust vinden, consuminderen en vertragen, maar het lijkt ons niet echt te lukken.
Ook na het werk komt de moderne, Westerse mens nauwelijks meer tot rust. In plaats van uit te rusten, gaan thuis de beeldschermen aan. Dit betekent simpelweg dat onze hersenen thuis keihard door moeten werken, zoals door recente, neurologische onderzoekers van onder meer Sophie Schweitzer van de VU is aangetoond. Zappen voor de televisie of surfen op internet betekent overuren maken voor ons brein, dat de snel afwisselende beelden en informatiestromen voor ons moet decoderen en op begrip moet brengen. In plaats van te ontfocussen en ons brein de kans te geven alle reeds opgedane indrukken te verwerken, geven we het kortom nog meer werk te doen. Gevolg hiervan is dat we massaal op een overspanning van ons brein afstevenen, met alle ziektesymptomen van dien: concentratie- en slapeloosheidsproblemen, hoofdpijnen en hartklachten, stemmings- en depressieve stoornissen. Geschatte kosten per jaar: 5 miljard euro.

Dat de tijd vooral nog een politiek-economische constructie is die ten dienste van het neo-liberale of kapitalische gedachtengoed staat, is ook de mening van Alain Badiou. In zijn boek De twintigste eeuw (2004) betoogt de meest gelezen Franse filosoof van dit moment dat deze ideologie heeft geleid tot een extreme vorm van individualisme, die ‘het bewaken en vermeerderen van het eigen belang’ tot motto heeft verheven. Hoezeer de welvaart voor de westerse samenlevingen de afgelopen eeuw per hoofd van de bevolking ook is toegenomen, de duistere keerzijde hiervan is ons allen ook bekend: een ongelijke verdeling van de rijkdom, een uitputting van de energiebronnen en een drastische toename van economische en klimatologische vluchtelingenstromen.
Op meer existentieel niveau heeft dit individualisme volgens Badiou geleid tot het gestaag wegvallen van gemeenschapszin en solidariteit met anderen alsook tot een toenemende ervaring van fundamentele eenzaamheid. Hoewel Badiou nogal eens verweten wordt radicale standpunten in te nemen, lijkt hij de cijfers van de onderzoeksbureaus aan zijn kant te hebben. Zo meldde het Sociaal-Cultureel Planbureau dat we de afgelopen jaren opnieuw meer tijd kwijt waren aan werk en verplichtingen en minder tijd overhielden voor vriendschappen en sociale contacten. In Amerika heeft de gemiddelde man zijn vriendental in nog geen twintig jaar met ruim de helft zien slinken, van een kleine vier naar amper nog anderhalf. Veel jongeren in Amerika hebben alleen nog digitale, al dan niet anonieme contacten op het internet.

Wat de medische gevolgen zijn van de tijdsdruk enerzijds en de anonimisering van het menselijk contact anderzijds, komt in diverse internationale onderzoeken tevens naar voren: een verontrustende stijging van het aantal depressies, burn-outs, gevallen van ADHD, PDD-NOS en andere autistische aandoeningen, alsook het massale gebruik van antidepressiva en slaapmiddelen – alleen in Nederland al goed voor ruim twee miljoen recepten per jaar. Tegelijkertijd groeit bij velen het besef dat we het over een andere boeg moeten gooien, willen we niet op een zeker einde toehollen.
De vraag uiteraard is: wat nu? Technologische ontwikkelingen kun je niet terugdraaien. Een leven zonder beeldschermen is ondenkbaar geworden. Daarom pleit ik voor het zoeken van een nieuw evenwicht tussen werk en ontspanning en tussen werk en zorg – meer flexibele uren en deeltijdbanen. Vanuit filosofisch oogpunt moeten we ons er weer van bewust worden dat we niet alleen tijd hebben – of meestal denken niet te hebben – maar dat we zelf ook tijd zijn.
De Griekse filosofen maakten een onderscheid tussen twee verschillende tijdervaringen, een sociale en meetbare tijd, die we met elkaar hebben afgesproken en op grond waarvan we klokken, agenda’s en kalenders kunnen bepalen. Behalve die tijd als Chronos, is er ook nog een andere, meer subjectieve en niet meetbare of lineaire tijd, de Kairos geheten, die we alleen vanuit rust kunnen ervaren. Het is de tijd waarin je terecht komt als je je ontspant of je ergens diep op concentreert en de klok lijkt te zijn vergeten. Het is een tijd die niet opjaagt of rusteloos maakt, maar inspirerend en zelfs bezielend werkt. Luieren, mijmeren, dagdromen, naar muziek luisteren, wandelen, een boek lezen, mediteren, tuinieren, iedereen heeft zo zijn eigen ‘methode’ om die innerlijke tijd te ervaren, die, zo wist Plato ons al te vertellen, noodzakelijk en zelfs voorwaardelijk is voor onze creativiteit. Want alleen vanuit rust kan er een nieuwe gedachte of inzicht opborrelen.
We zijn echter al met al behoorlijk ver verwijderd geraakt van deze klassieke filosofische gedachte dat rust en nietsdoen de grondslagen van een beschaving zijn. Niet voor niets stamt het woord ‘school’ af van het Griekse woord ‘scholè’, dat onder meer rust betekent. Pas in rusttoestand, in de interval tussen twee handelingen, kunnen we tot bezinning en reflectie komen. Pas als we niets doen, opent zich de ruimte van het denken en van de creativiteit, verschijnselen die zich door geen vooropgesteld doel of economisch nut laten sturen of opjagen.

Van wie is de tijd? Is de tijd nog wel aan en van ons zelf? Er is weinig wat daarop wijst. Wat we echter niet mogen vergeten, is dat de manier waarop we over de tijd nadenken maatgevend is voor de manier waarop we over ons zelf en de wereld nadenken. De wereldwijde economische crisis en de dreigende klimaatcrisis geven juist nu aanleiding om de tijd te bevrijden van de economische dwangbuis waar we hem eigenhandig in hebben gestopt. Het is kortom tijd om ook rust, niets doen, verveling én bezinning weer op de politieke agenda te zetten, omdat zonder deze voorwaarden voor reflectie het democratische gehalte van een samenleving eigenlijk niet gewaarborgd kan worden.
Dus: minder werken luidt het devies. De economie en politiek vragen weliswaar steeds om meer, maar de mens en het klimaat vragen om minder. En vooral: laat elke dag een paar uur de beeldschermen uit, zodat onze duur bevochten vrije tijd ook voor ons brein weer echte vrije tijd wordt. Zo niet, dan zullen stress en depressie steeds meer de overhand nemen, met alle medische en sociale gevolgen van dien.

Joke HermsenJoke J. Hermsen is schrijver en filosoof. Haar laatste boek Stil de tijd (2009) behelst een pleidooi voor een langzame en meer ontspannen toekomst. Zie ook: www.jokehermsen.nl

 

 

 

 

Nieuwsbrief

Meld u hier aan voor de nieuwsbrief die ongeveer 6 keer per jaar verschijnt.
I agree with the Privacy policy

Winkelmandje met boeken

De winkelwagen is leeg